Projecten
Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende huidige en afgeronde projecten van de Operationele Directie Criminologie.
27-mrt-2026
Trafic Analyses Qualitatives (TRAQ)
Mensensmokkel met verzwarende omstandigheden is een ernstig misdrijf dat de betrokken personen in gevaar kan brengen. Maar wie zijn die slachtoffers van mensensmokkel? Hoe komen zij in contact met politiediensten, magistraten en opvangcentra? En hoe kunnen zij bijdragen aan de opsporing en vervolging van feiten van mensensmokkel? Om deze vragen te beantwoorden startte Myria samen met het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) het onderzoeksproject TRAQ (Trafic Analyses Qualitatives) met de steun van het Internal Security Fund van de Europese Unie.
Het TRAQ-project beoogt de strijd tegen mensensmokkel te bevorderen aan de hand van kwalitatief onderzoek naar de profielen van slachtoffers van mensensmokkel en hun contacten met eerstelijnsdiensten.
Op basis van een dialoog met de actoren op het terrein (politiediensten, magistraten en opvangcentra) beoogt het project meer bepaald om:
- Een beter inzicht te verwerven in de profielen van slachtoffers van mensensmokkel en hun contacten met eerstelijnsdiensten
- Uitdagingen en goede praktijken te identificeren in de interactie van eerstelijnsdiensten met slachtoffers van mensensmokkel
- Stakeholders te informeren en sensibiliseren over de profielen van slachtoffers van mensensmokkel en hun contacten met eerstelijnsdiensten
Het onderzoeksproject TRAQ loopt van september 2023 tot en met maart 2026.
01-jan-2024 t/m 30-jun-2025
Internering
De bevinding wordt gedeeld: ondanks de goedkeuring van de wet van 5 mei 2014 over de internering van personen, neemt het aantal geïnterneerden toe (en in het bijzonder het aantal personen geïnterneerd in de gevangenissen). De verschillende betrokkenen zijn het eens over een reeks hypotheses die deze situatie zouden kunnen verklaren, zoals het gebrek aan adequate zorg voor geestelijke gezondheidsproblemen in de algemene bevolking of een toename van de vraag naar psychiatrisch deskundigenonderzoek. Sommige van deze hypothesen zijn goed gedocumenteerd; andere zijn helemaal niet of (slechts) deels gedocumenteerd. Het onderzoek dat wordt uitgevoerd door het NICC, in samenwerking met andere onderzoekscentra, heeft als doel de bestaande gegevens te inventariseren en transversaal te analyseren, en vooral, te identificeren welke gegevens nog ontbreken om over lange termijn de factoren te monitoren die, in toe- of afnemende richting, inspelen op het aantal geïnterneerden.
De studie begint met het in kaart brengen van alle fasen van het interneringsproces (met name vanaf het moment dat het parket het initiatief neemt), en beoogt alle betrokken actoren en plaatsen/diensten en de – ruwe of secundaire – gegevens die op hun niveau beschikbaar zijn (databases, activiteitenverslagen, enz.) te identificeren, evenals de wetenschappelijke studies die al zijn uitgevoerd of momenteel in uitvoering zijn.
09-feb-2023
This project develops an interdisciplinary, holistic, multi-agency and multi-level approach to the reintegration of returnees, with a particular focus on gender.
09-feb-2023
IT’S HAPPENING AGAIN. DIGITAL CRIMINAL JUSTICE ARCHIVES AS BUILDING BLOCKS FOR THE STUDY OF RECIDIVISM (IIHA)
09-feb-2023
Cel Recidive en Criminele Carrières
De Cel Recidive en Criminele Carrières (CReCC) is een permanent ploeg van onderzoekers bij het NICC dat tot taak heeft wetenschappelijk onderzoek op korte en lange termijn te verrichten op het gebied van recidive en criminele loopbanen. Deze cel voert dit onderzoek uit via projecten die duidelijk omschreven zijn in termen van doelstellingen, methoden, producten en termijnen. Zij werkt ook samen met de rest van het NICC en coördineert projecten die verband houden met zijn opdracht, zodat alle beschikbare middelen zo goed mogelijk worden gebruikt, onnodige doublures worden vermeden en synergieën tot stand worden gebracht. Zij kan ook externe financiering aanvragen om in specifieke behoeften te voorzien. De cel fungeert als stuurcomité voor alle projecten die verband houden met haar opdracht.
01-dec-2022 t/m 30-nov-2026
Digitalizing the police: internal and external challenges for the police organization in an inclusive society (DIGIPOL)
Digitalizing the police: internal and external challenges for the police organization in an inclusive society (DIGIPOL)
01-okt-2022 t/m 30-jun-2023
Recherche sur le traitement des révocations des suspensions et sursis dans l’arrondissement judiciaire de Bruxelles
Le Ministère public est compétent pour certains pans de l’exécution des peines, notamment en ce qui concerne la révocation des sursis et suspensions, simples ou probatoires. Il révoque de plein droit les sursis dont bénéficient les justiciables condamné·es, durant le délai d’épreuve, à une peine de plus de six mois d’emprisonnement. Dans d’autres cas, comme l’inobservation des conditions assorties au sursis, il apprécie l’opportunité de citer les justiciables pour révocation. Il en va de même pour la révocation d’une suspension du prononcé. Comment un dossier de révocation se construit-il entre le moment où il entre au parquet et la potentielle décision judiciaire dont il fera l’objet ? Par qui est-il traité ? Quels sont les critères mobilisés par les magistrat·es pour décider de citer un justiciable pour révocation ? Comment se décide et s’applique une révocation d’office ? Quelles sont les marges de manœuvre dont disposent les acteur·ices judiciaires ? Comment se déroule une audience correctionnelle qui statue sur la révocation ? L’objectif de ce projet de recherche est double. D’abord, il s’agira de comprendre comment s’organise le travail du parquet en matière de révocation, et explorer les raisons qui mènent les magistrat·es à considérer opportun ou non d’entamer un processus de révocation. Ensuite, sera investigué ce qui se joue lors des audiences des tribunaux pour révocation, la manière dont les décisions se construisent et les différentes issues possibles. Cette recherche est initiée par Olivia Nederlandt, de l’USL-Bruxelles et sera menée par Nicolas Lecocq (USL-B), en partenariat avec l’INCC.
01-jul-2022 t/m 30-apr-2024
Flightrisk
Cette recherche vise à étudier l’application du risque de fuite dans le cadre de la détention préventive. Il s’agit d’une étude de deux ans financée par la Commission européenne dans le cadre du Justice Programme (JUST – projet Flightrisk). L’INCC a été chargé du volet belge de cette étude.
L’objectif de la recherche est d’examiner 1) la fréquence d’application du critère du risque de fuite, en combinaison ou non avec d’autres critères ; 2) quels sont les facteurs personnels et de fait de la cause qui déterminent qu’un risque de fuite soit retenu.
01-mrt-2022 t/m 30-nov-2022
Recherche exploratoire portant sur la mise en place d’une méthodologie d’analyse rétrospective de cas de féminicides (meurtres de femmes dans le cadre de violences basées sur le genre) IEFH-MW/BO/2021-16
La question du « féminicide » et de la réaction sociale qui pourrait être la plus appropriée en vue d’en limiter l’occurrence est actuellement objet de préoccupations dans diverses sphères de l’action publique. Mise à l’agenda politique par le mouvement féministe, elle donne lieu à des réflexions tant sur le plan de son introduction dans notre code pénal que sur le plan des pratiques à mettre en place pour tenter de les éviter. Le dernier rapport GREVIO (2020), visant à évaluer l’effectivité de la Convention d’Istanbul dans les différents Etats qui l’ont ratifiée, enjoignait à cet égard à la Belgique d’ « envisager la mise en place d’un système, tel qu’un mécanisme d’examen des homicides familiaux, pour analyser tous les cas d’homicides de femmes fondés sur le genre, dans le but de les prévenir à l’avenir, de préserver la sécurité des femmes et de défendre le principe de responsabilité à la fois des auteurs de violence et des divers organismes qui sont en contact avec les parties » (Grevio, 2020, p.65).
Dans ce cadre, une recherche a été commandité à la DO Criminologie de l’INCC par l’Institut pour l’égalité des femmes et des hommes.
Elle a visé à explorer la possibilité de mise en place d’un tels mécanisme rétrospectif d’analyse de cas de féminicide en Belgique. Pour ce faire, une analyse de la littérature portant sur la mise en œuvre de tels mécanismes à l’étranger a été réalisée ainsi qu’une enquête auprès d’acteurs de terrains belges (police, justice, secteur psycho-médico-social). Ces démarches ont permis d’identifier les premiers contours d’un tel instrument en Belgique.
Aline Bawens (1/2 ETP) – Elodie Schils (1/2 ETP)
15-jan-2022 t/m 29-dec-2023
Projet de recherche-action sur les relatons entre jeunes et police au sein de la zone de police Bruxelles-Capitale-Ixelles
En évitant de partir d’une définition préalable de la nature des problèmes émaillant les relations entre jeunes et police, la recherche-action vise à mieux cerner la nature des plaintes des jeunes vis-à-vis de la police, resituée dans la complexité des interactions avec la police dans les quartiers de la zone de police, puis de concevoir un dispositif susceptible d’y répondre et le cas échéant d’aider à sa mise en place.
Dans le cadre de la collaboration mise en place entre l’INCC et la zone de police, l’approche inductive envisagée vise à répondre à divers besoins de production de savoir et de prise de décision des partenaires, et cela en co-construction avec les acteurs impliqués au quotidien dans de telles interactions (jeunes, travailleurs jeunesse et prévention, policiers).
10-jan-2022 – 30-déc-2026
Digitalizing the police: internal and external challenges for the police organization in an inclusive society
Le projet, financé dans le cadre des projets BRAIN.be 2.0 de la politique scientifique fédérale belge, vise à étudier comment le processus de digitalisation au moyen de technologies telles que les caméras corporelles, les terminaux mobiles et les applications telles que Focus, ou encore les applications d’analyse, affectent le travail quotidien de la police locale belge.
Les objectifs de DIGIPOL sont triples :
1) Comprendre la nature changeante du travail quotidien des policiers de première ligne, leurs conditions de travail et les relations hiérarchiques internes à l’ère digitale.
2) Comprendre le processus de digitalisation, comment la technologie est incorporée dans les organisations policières, leurs stratégies et processus de travail, tant au niveau local qu’au niveau fédéral, et son impact sur la justice organisationnelle.
3) Comprendre les usages de la technologie dans les activités policières de base des policiers de première ligne et comment cela affecte le ‘travail policier’ et les relations entre police et citoyens.
01-jan-2022 t/m 31-dec-2026
Accompagnement scientifique de l’évaluation de la stratégie wallonne de politique répressive environnementale et mise en œuvre de recherches portant sur les politiques publiques y relatives
Le Gouvernement wallon, lors de sa séance du 23 décembre 2021, a chargé l’INCC d’un accompagnement scientifique de l’évaluation de la stratégie wallonne de politique répressive environnementale et de la mise en œuvre de recherches portant sur les politiques publiques y relatives et ce dans le contexte de l’entrée en vigueur du décret du 6 mai 2019 relatif à la délinquance environnementale. Une analyse du service du fonctionnaire sanctionnateur et du contrôle des permis d’environnement sera réalisée dans ce cadre.
01-jan-2022 t/m 31-dec-2026
Wetenschappelijke ondersteuning van een pilootproject inzake GAS bemiddeling
“Het huidige project is een vervolg op een onderzoek dat in 2020 is uitgevoerd waarbij lokale bemiddelingspraktijken in België werden in kaart gebracht en beschreven. De voorgaande studie wees onder andere op het toenemend gebruik van bemiddeling en de daarmee gerelateerde stijging van de werklast voor de bemiddelaars. Dit tweede project wordt uitgevoerd in opdracht van de POD Maatschappelijke Integratie en heeft tot doel de GAS-bemiddeling in drie steden (Antwerpen, Leuven, Jette) te versterken via de aanwerving van drie nieuwe bemiddelaars. Deze werken specifiek rond een van de volgende actuele thema’s: bemiddeling in het kader van de betrekkingen tussen jongeren en politie en bemiddeling bij het gebruik van lachgas. Binnen dit proefproject treedt het NICC op als wetenschappelijke ondersteuning voor de drie nieuwe bemiddelaars. In het bijzonder zal er worden getracht om elementen van good practice in de bemiddelingspraktijken te identificeren. Die zullen dienen als basis voor de ontwikkeling van een praktijkgericht draaiboek. De finaliteit van het draaiboek is om lokale GAS-bemiddeling rond de vooropgestelde thema’s te ondersteunen en bevorderen. “
15-okt-2021 t/m 15-mrt-2023
IPV-DACOVID
Het IPV-DaCOVID-project is een vervolg van het IPV-Pro&Pol (2017-2021) onderzoek over het fenomeen van en het beleid rond partnergeweld. In 2020 brak de Covid-pandemie uit en voerde het beleid verschillende maatregelen in teneinde de verschillende virusgolven het hoofd te bieden. De algemene doelstelling van dit DaCOVID-project is om na te gaan wat de impact was van het beleid inzake de pandemie op partnergeweld. Ten eerste interesseren we ons aan de aanpassingen en ontwikkelingen aan deze context vanwege zowel het beleid als meer specifieke actoren zoals politie, justitie, gezondheidszorg en de sociale sector. Ook de vraag naar de persistentie van nieuwe middelen, samenwerkingen of projecten na de Covid-19-crisis wordt bekeken. Ten tweede wil het project de impact van de Covid-19-crisis op de dynamiek van geweld evalueren, doorheen de verschilleden vormen van lockdown en versoepelingen van het beleid: in hoeverre mate kan men spreken van een toename of een verzwaring; is er een verschil in of het gaat over situationeel partnergeweld of intiem terrorisme; werden andere groepen getroffen door dit fenomeen; welke mogelijkheden bestonden er voor slachtoffers om uit de geweldscyclus te stappen; in welke mate had dit gezondheidsbeleid een impact op kinderen die aan huiselijk geweld blootgesteld worden?
03-okt-2021 t/m 28-feb-2022
Les sanctions administratives communales dans le cadre des mesures anti-COVID : administration de la justice pénale et respect des droits fondamentaux. Le rôle de la médiation locale en temps de COVID.
Le présent projet est issu d’une convention de sous-traitance entre l’Université Saint-Louis de Bruxelles et l’INCC. Le projet est financé par le FNRS en tant que projet PER (Projet Exceptionnel de Recherche). Suite à une précédente recherche effectuée en 2020 relative aux pratiques de médiation locale, le projet s’intéresse ici au rôle de la médiation locale en temps de COVID en contexte bruxellois. Les résultats de la première recherche feront écho aux données récoltées lors de cette deuxième étude et concerneront notamment la description de la répression locale administrative à Bruxelles, l’évolution des pratiques de médiation, du rôle du médiateur mais également l’évolution des relations avec les autres acteurs communaux en temps de crise sanitaire.
10-jan-2021
« Criminal Behaviour Against Biodiversity (CRIM-BIODIV) »
De biodiversiteit wordt in België op verschillende fronten aangevallen, zonder dat er een globaal crimineel beleid is om haar te beschermen. De essentiële behoefte aan natuurlijke ruimten en stadsvegetatie, de territoriale bezetting van deze ruimten en hun ongelijke verdeling, de relatieve informatie van de burgers over de bescherming van de biodiversiteit, de manoeuvreerruimte waarover de actoren beschikken die belast zijn met de controle en de bestraffing van inbreuken, en hun mogelijke vragen over het soort sancties dat moet worden aangenomen (administratief of strafrechtelijk; preventief of repressief) zijn allemaal belangrijke milieu- en sociale kwesties die de huidige gezondheidscrisis, in combinatie met de recente hittegolven, onlangs onder de aandacht heeft gebracht
01-jan-2021 t/m 30-sep-202101-jan-2021 – 30-Sep-2021
RECOvery in PRISon-bis (RECOPRIS-bis). Evaluatie van het pilootproject in drie Belgische gevangenissen
Projet financé par le SPF Santé publique
30-Sep-2020
« Comprendre pour mieux agir » : recherche-action visant à améliorer la compréhension et la réponse à des formes de délinquance juvénile en réseau
Ce dispositif de recherche-action déployé en collaboration par la zone de police Schaerbeek-Evere-St Josse et l’INCC doit permettre de mobiliser autrement des ressources souvent négligées (savoirs policiers de terrain), combiner des approches quantitatives et qualitatives ; et ce afin de produire, entre une action immédiate et des politiques de prévention à long terme, une action à moyen terme s’appuyant sur une meilleure compréhension du contexte local entourant les individus et les faits qui leurs sont attribués.
10-apr-2020
Strafberekening en uitvoering van straffen
Wanneer neemt de door de rechter uitgesproken, al dan niet vrijheidsberovende, straf begin van uitvoering? Wanneer beschouwt men een straf als volledig uitgevoerd? Worden alle uitgesproken straffen uitgevoerd? Wat indien er meerdere straffen werden uitgesproken en uitgevoerd moeten worden: kunnen straffen van gelijke of andersoortige aard dan tezelfdertijd worden uitgevoerd? Dit zijn tal van vragen waarop niet enkel het grote publiek, maar zelfs vele insiders binnen de wereld van justitie het antwoord schuldig dienen te blijven. De roep om meer informatie en duiding over deze vooralsnog verborgen kant van de strafuitvoering weerklinkt meer dan ooit tevoren. In zijn nota ‘Straf- en strafuitvoeringsbeleid’ van februari 2010 wees minister van Justitie Stefaan De Clerck reeds op de nood aan “een wettelijke regeling van strafberekening”, want: “Denkwerk over de straftoemeting en de aansluiting van de fase van de strafuitvoering bij de straftoemeting omvat ook het thema van de strafbecijfering.” Vandaag is er een reële behoefte aan grotere duidelijkheid en transparantie op dit vlak, nu ook nieuwe straffen zoals de autonome probatiestraf en het elektronisch toezicht als autonome straf het licht zagen. Het onderzoeksproject wil een antwoord bieden op deze tweeledige behoefte aan verduidelijking en informatie.
01-mrt-2020 t/m 31-dec-2020
Bemiddelingspraktijken in het kader van gemeentelijke administratieve sancties
Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd op verzoek van de Dienst Armoedebestrijdingsbeleid en Stedelijke Samenhang van de POD Maatschappelijke Integratie. Het heeft tot doel de lokale praktijken omtrent de bemiddelingsprocedure in het kader van gemeentelijke administratieve sancties, m.a.w. inbreuken op gemeentelijke politiereglementen, in vraag te stellen. Het is de sanctionerend ambtenaar die kan beslissen of een dossier geschikt is voor bemiddeling. Bemiddeling is echter verplicht als de dader minderjarig is, in andere gevallen is het facultatief. Bij de bemiddeling kunnen verschillende soorten herstelmaatregelen worden aangeboden: prestatie, financiële vergoeding of symbolisch herstel. Het onderzoek richt zich in het bijzonder op twee punten: enerzijds de relatie tussen de bemiddelaars en de sanctionerend ambtenaar, en in het bijzonder de mogelijke belemmeringen die deze relaties kunnen hebben bij de toepassing van de plaatselijke bemiddelingsprocedure, en anderzijds wat er gebeurt bij gemengde inbreuken, d.w.z. inbreuken die zowel opgenomen zijn in een politiereglement als in het strafwetboek of het verkeerswetboek.
01-jan-2020
Het ontvangen van kruitsporenonderzoek door de gerechtelijke actoren
Het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie voert op verzoek van de gerechtelijke overheden wetenschappelijke expertise uit, waaronder kruitsporenonderzoek. Deze rapporten die aan de magistraten (voornamelijk aan onderzoeksrechters) worden gericht, bevatten een overzicht van de handelingen van de deskundige en lichten de resultaten of de conclusies toe. Het opstellen en verzenden van dergelijk verslag rondt in principe de tussenkomst van de deskundige af. Deze wordt dus niet noodzakelijkerwijs op de hoogte gehouden van het gevolg dat gegeven wordt aan de zaak, tenzij de zaak in assisen behandeld wordt waardoor een getuigenis als deskundige afgelegd moet worden. Dit onderzoeksproject beoogt dus de zwarte doos te openen van het ontvangen van kruitsporenonderzoek door de gerechtelijke actoren, door zich bijvoorbeeld te interesseren in hoe de gecommuniceerde resultaten begrepen of gebruikt worden.